Taurine
Invoering
Taurine, ook bekend als β-aminoacetylsulfonzuur, werd voor het eerst geïsoleerd uit rundergeel, vandaar de naam. Het is een kleurloos of wit, schuin kristallijn, geurloos en heeft stabiele, oplosbare eigenschappen in ether en andere organische oplosmiddelen. Het is een zwavelhoudend, niet-eiwitgebonden aminozuur dat in vrije vorm in het lichaam voorkomt en niet deelneemt aan de eiwitsynthese.
Chemische eigenschappen
Wit kristallijn of kristallijn poeder, geurloos, licht zuur. Het smeltpunt ligt boven 300℃ (ontleding). Het is gemakkelijk oplosbaar in water, met een pH van 4,1 tot 5,6 in waterige oplossing, en onoplosbaar in ethanol, ether en aceton. Hittebestendig.
GEBRUIK
Hoewel taurine geen aminozuur is dat eiwitten vormt, komt het veel voor. Het is een essentieel aminozuur voor de groei en ontwikkeling van de mens en speelt een belangrijke rol bij de groei en ontwikkeling van kinderen, met name de hersenen van baby's en andere belangrijke organen. Het wordt veel gebruikt in de farmaceutische en voedingsmiddelenindustrie, maar ook in de wasmiddelenindustrie en bij de productie van fluorescerende witmakers. Daarnaast wordt het ook gebruikt voor andere organische syntheses en als biochemisch reagens. Het is geschikt voor de behandeling van verkoudheid, koorts, neuralgie, keelontsteking, bronchitis, enzovoort.





